Slaaf van de Succubus, deel 1

Een verhaal vol erotische fantasie, over een Succubus, een vrouwelijke demon die zich voedt met de energie en mannelijke zaad van haar slachtoffers. Zij is het prototype van een krachtige dominante vrouw. Dit is mijn versie van haar macht over ons mannen! Wanneer het verhaal speelt, ergens in het verleden. Maar net als de plaats is dat niet van belang, alleen haar seksuele almacht telt!

Toen zag ik haar plotseling, nadat de gewelddadige natuuruitbarsting de stilte had verbrijzeld, nadat de hele schuur in een soort van helder licht gezet was. Was ik verblind door dit licht? Zo ja, hoe zou ik haar daar dan kunnen zien staan? Zoals ik haar had gezien, met een schitterende jurk, die haar prachtige lichaam liet zien, het lichaam dat ik bijna had aangeraakt, de contouren van haar nek onder mijn handbereik, waarop mijn geest en lichaam hadden gereageerd met een stroom van verlangen. Dat maakte me bang. Haar borsten, klein, omlijsten een kwetsbaar lichaam. Haar lange golvende zwarte haar accentueerde haar mooie gezicht, haar tere lippen, haar schoonheid die me naar adem deed snakken nu ik plotseling weer met haar bestaan werd geconfronteerd. Maar op hetzelfde moment, waar ik geen idee had dat ik dit in het echt zag of met mijn geestesoog, gebeurde er iets met haar.

Langzaam werd ik niet alleen maar meer bewust van haar stoffelijke verschijning in deze schuur, in dit halfduister, maar ze groeide ook echt. Ik kon dit niet begrijpen, maar haar kleine tengere gestalte werd groter, ik kon zien hoe haar heupen zich vastgrepen aan het strakke katoen van haar jurk, ik kon zien hoe de naden onder spanning kwamen te staan, langzaam, als in slow motion. En toen zag ik hoe haar borsten zich een weg naar buiten drukten, ze zaten vast in het omhulsel van de jurk, ze hadden maar één richting om te bewegen, omhoog. Het zachte witte vlees, delicaat en gevoelig, dat me steeds meer opwond, kwam langzaam omhoog, als lava in een vulkaan. Ik kon de bovenzijde van haar tepelhof zien, een lichtbruine kleur, mooi gedetailleerd en teder.

Net alsof jurk en lichaam van elkaar gescheiden werden, alsof de jurk niets meer was dan wat extra stof dat zich vastklampte aan dat verbijsterend mooie lichaam. En haar gestalte groeide, ik zweer dat ze groter werd. Het was net als mijn eigen mannelijkheid, dat nu zo hard zijn best deed om erkenning te krijgen. Eerder vandaag had ik de ketting om haar nek gedaan, had ik op haar lichaam neer gekeken, en nu keek ik naar haar op, mijn ogen waren op de hoogte van haar schouders. En toen zag ik haar ogen, haar prachtige groene ogen waren rood geworden, een rood dat me intens aanstaarde, me betoverde en mijn geest en lichaam in bezit nam. Als ik het idee had om te kunnen bewegen, wist ik nu dat zoiets niet zou gebeuren. Ik was in vervoering, gefascineerd en voor eeuwig verloren.

 Maar nu terug naar hoe ik haar vond, mijn Succubus, want dat was ze. Hoe ze mijn leven binnenkwam. Ik was een soort handelsreiziger, vele jaren geleden, een koopman, reizend door bos en platteland, van dorp naar dorp, handelend, mensen ontmoetend. Thuis was er mijn liefdevolle familie, maar ze moesten het vaak zonder mij stellen. Op een avond was ik onderweg in een onbekend deel van het land. Ik was in een onbekend dorp geweest waar ik waar ik goede zaken had gedaan, en ging tevreden weer verder. Aan het eind van het dorp stond nog een groot landhuis, dat zou mijn laatste stop, misschien kon ik wat goederen leveren aan de Vrouwe van het landhuis.

Ik belde aan, wachtte geduldig tot een bediende zou openen. Ik was verrast dat de Vrouwe des Huizes zelf open deed. Ze keek me aan, vragend maar ook weer niet verrast. Het gaf mij de tijd om haar in me op te nemen. In één oogopslag zag ik dat ze bijzonder was, geheimzinnig en intrigerend. Misschien was ze net als Madame Bovary? Ze had mooie kleren nodig maar ik zag meteen dat ze die niet voor haar man kocht, de afwezige heer des huizes. Daarvoor heb ik nu eenmaal jaren verkoop ervaring. Maar ik durfde uiteraard niets te vragen, ze flirtte een beetje met me. En ik ging daar graag in mee, in de veronderstelling dat het een goede invloed zou hebben op de verkoop. Ze had een mooi lichaam, een prachtige uitstraling. Ze was ongeveer mijn lengte, had bescheiden maar welgevormde borsten, en ze droeg een jurk met een verrukkelijk decolleté. Haar lippen waren donkerrood, haar lange nagels hadden een bijpassende kleur. Helder groene ogen, dik zwart haar, haar gezicht omlijstend met een soort vastberadenheid die me deed huiveren.

Toen ik haar een ketting aangaf moest ik helpen om die om te doen. Daarbij raakte ze mijn handen aan om te laten zien hoe dit moest, achter haar staan. Toen ze voor me stond, zo dichtbij, voelde ik haar lichaamswarmte en het parfum dat haar lichaam omhulde. Geen gewone geur. Ik weet een aantal dingen over parfum, maar deze indringende en bedwelmende geur was mij niet bekend. Het was een sterke muskusgeur, een geur die langzaam in mijn neusgaten doordrong, die misschien zelfs een kleur had. Verrassend, het was rood, het voelde rood aan. En toen ze het weelderige haar in één hand nam om haar nek en schouders vrij te maken, kon ik het niet helpen, maar ik beefde. Mijn handen beefden, mijn hele lichaam reageerde op dat gevoel. Ik zou het genot willen noemen, verlangen. Ik was al geruime tijd niet meer bij een vrouw geweest, was nu al twee weken van huis en altijd trouw aan mijn echtgenote. Maar zoals ik daar stond, was het alsof ik in de branding op het strand stond, en werd verrast door een sterke golf, schuim en water zich over me heen stortte. Vanuit alle richtingen, krachtig en overweldigend, ik werd meegesleurd, op de grond, het zand in. Het was alsof ik een harde klap had gekregen, alsof ik bedwelmd was. Alsof ik sliep en dan ineens klaarwakker, geslagen, geen idee door wat of door wie. Het had ook een geluid kunnen zijn, of een fysieke slag, het deed er niet toe.

Het was gewoon zo echt, zoals ik op dat moment alle gevoel voor tijd en plaats verloor. Geen zintuigen, ik kon niets meer zien, voelen of ruiken. En dan zo diep te vallen, in de afgrond, in de vergetelheid. En opnieuw stortte een golf zich op me, overspoelde me, bedwelmde me. Misschien was het maar een seconde, misschien was het langer. Ze voelde dat mijn handen trilden toen ik de ketting op zijn plaats deed en het slotje sloot. Ik voelde de hitte van haar huid en was een verloren in een diep en dierlijk verlangen. Toen ze naar de spiegel liep, genoot ze van de mooie ketting die om haar nek hing. Maar ik kon ook zien dat ze naar mij keek, eerst om te zien of ik naar haar keek. En toen ik dat deed, keken haar ogen naar mij, mijn ogen in een blik vastgehouden, een verlammende en krachtige blik. Ik voelde dat ze me naar binnen trok door alleen maar naar me te kijken. Misschien bloosde ik, misschien raakte ik in paniek.

Later, toen ik weer buiten stond kon ik me niet herinneren hoe het was geëindigd. Had ik het aan haar verkocht, had ik een latere betaling afgesproken, had ik het haar gegeven? Ik had geen idee, maar het voelde heel vreemd. Er was iets niet goed gegaan, er was iets gebeurd in dat huis, iets dat ik nog nooit meegemaakt had. En nu ik erover nadacht, er was geen bediende in de buurt, het huis zag er groot uit. Je zou een koets verwachten, een tuinman, een lakei of butler, een dienstmeisje. Maar er was niemand geweest! En hoe kwam ik op die plaats, dat onbekende dorp dat ik nog nooit eerder had bezocht? Ik kon het me gewoon niet herinneren. Maar ik kon het als normaal accepteren. Dat was mijn gemoedstoestand toen ik de stad uit liep, en binnen een paar uur kon ik zien hoe donkere wolken zich opstapelden, hoe in de verte een storm opstak en dat terwijl mijn weg door een onbekend terrein leidde. Er zou geen herberg zijn, de laatste boerderij was al een tijdje geleden, dat had de jongen die op het veld werkte me verteld. Waarom had hij niets gezegd over het slechte weer? Als iemand het had moeten opmerken dan was hij dat wel geweest. Zijn gras zou onder water komen te staan, waardeloos als voedsel voor het vee in de lange wintermaanden. Teveel toevalligheden, nu ik daaraan dacht. Teveel zaken wierpen een donkere  schaduw naar de nabije toekomst, teveel eenzaamheid voor een bos dat niet vijandig zou moeten zijn tegenover een eenzame reiziger..

Be the first to comment

Leave a Reply

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*