Rook en vuur.

‘Ik haat je’, het was slechts een fluistering die over haar lippen was gekomen. Ze was zich er pas bewust van dat ze het hardop had gezegd toen ze zijn stem bij haar oor hoorde.
‘Je voelt heel veel voor en door mij, maar haat is er niet 1 van meisje’. Het sadistisch blije gegrinnik terwijl hij zijn hoofd weer bij haar oor weg haalde laaide haar woede alleen maar verder op. Stuurs fronste ze haar wenkbrauwen, koppig trok ze haar kin omhoog terwijl ze duidelijk weigerde om hem aan te kijken.

Grijnzend keek hij op haar neer, genietend van haar koppige houding en boosheid. Prachtig was ze wanneer ze boos was, fonkelende ogen en een vuur die uit elke porie van haar lichaam leek te stralen. Dat ze boos was begreep hij wel, hij maakte haar expres boos. Trots keek hij naar zijn boze meisje,spieren gespannen, wenkbrauwen gefronst en haar lippen in een strakke streep.

Ze stond aan het kruis met haar billen richting de muur, alle aandacht had hij aan haar voorkant besteedt. Plagerig met een flogger, gemeen met tepelklemmen en als kers op de taart had hij haar bijna een orgasme gegund. Bijna.
Natuurlijk haatte ze hem nu, haar lichaam schreeuwde om een orgasme, haar tepels pijnlijk na de behandeling die hij ze had gegeven bleven smekend om aandacht stijf. Haar ademhaling oppervlakkig, snel, vol opwinding.

Ruw voelde ze zijn hand op haar kin, dwingend hem aan te kijken.
Ze was boos, boos en vernederd door wat hij haar liet voelen. Boos en vernederd omdat hij zo goed doorhad wat er door haar heen ging. Hoe hard ze ook probeerde om het te verbergen haar lichaam en ogen verrieden haar elke keer weer.
Ze wilde hem slaan, schoppen, hem haar frustratie laten voelen, woedend keek ze hem aan.
Vederlicht liet hij zijn lippen langs haar lippen glijden, plagend de suggestie wekkend dat er meer kwam.
Als een drenkeling zoekend naar adem volgde ze zijn lippen met haar lippen. Ze wilde zo graag maar wist ook wel dat hij het toch niet zou geven. Gefrustreerd kreunde ze hard terwijl ze zag dat hij weer bij haar weg liep.

Toen hij weer bij haar stond keek ze verbaasd naar wat hij deed. In alle rust stak hij een sigaret op, recht voor haar. Zijn rook vulde haar neus, ze kreeg ook zin in een sigaret door hem. Kalm ging hij op een kruk vlak voor haar zitten, in 1 hand een sigaret en in de ander een biertje. Hij was goddorie gewoon pauze aan het nemen van haar. Ze zag hoe zijn lippen om het flesje gingen, slokken bier via zijn mond door zijn keel gingen. Elke slok zag ze met de beweging van zijn adamsappel verdwijnen tot het flesje leeg was en hij het onder de kruk op de grond zette.
Ze wist niet goed wat ze moest denken toen hij op haar afkwam, rokend maar zonder grijns.
Zijn vrije hand volgden de ronde lijnen van haar borsten, streelden kleine littekentjes waardoor ze bang begon te worden. Bang voor de sigaret die hij in zijn handen had en het feit dat ze nergens heen kon. De rook in haar neus rook niet langer lekker maar leek een verstikkende werking op haar te hebben.

Hij zag haar ogen groter worden, angst zag hij erin en dat was precies zijn bedoeling.
Ze wist dat hij haar nooit iets zou doen maar beweerde zo hard dat ze nooit bang van hem zou kunnen zijn dat hij het tegendeel ging bewijzen. Het was gevaarlijk wat hij deed en dat wist hij, gevaarlijk omdat ze onverwachts kon reageren.
Vederlicht streelde hij de littekentjes die hij zag, veroorzaakt door sigaretten lang, lang geleden.
Veroorzaakt voordat hij in haar leven was gekomen, voordat ze haar vangnet had om haar te beschermen.
De haartjes op haar armen stonden overeind, hij zag haar zwoegend ademhalen, lichte paniek maar nog geen volledige paniek.
Steeds iets dichterbij bracht hij zijn sigaret, ze kon de warmte voelen maar het deed geen pijn.

Ze vocht om niet in paniek te raken, vocht om in het hier en nu te blijven en niet terug te gaan naar toen. Ze kon rood roepen maar wist dat het niet nodig was bij hem.
De sigaret kwam dichterbij, vlagen van herinneringen trokken voorbij, de geur van verbrand vlees leek echt al wist ze dat het niet zo was.
Verbrande haren, verbrand vlees en een eeuwigheid later de pijn, ze wist hoe het zou voelen.
Ze kon niet anders dan kijken naar de sigaret, kijken hoe het topje as steeds groter werd en de rook in een slingertje eraf kwam.

Bewust liet hij zijn vrije hand onder haar kin komen, ‘kijk me aan meisje’.
De paniek was groter, hij zag het, hij voelde het aan haar. Hij moest haar terug krijgen naar hier en zijn ogen zouden haar daartoe dwingen. De tranen liepen over haar wangen terwijl ze hem wanhopig aankeek. Ze wilde dit niet maar riep ook geen rood.
Hortend haalde ze adem, boorde haar ogen in de zijne zonder ook maar iets te zien.
Hij haalde de sigaret wat verder van haar lichaam en sloeg haar zonder aankondiging op haar wang.
Woest keek ze op, strak in zijn ogen maar nu wel aanwezig.
Opnieuw bracht hij de sigaret bij haar lichaam, liet hij haar voelen dat het er nog steeds was.
Steeds dichterbij kwam hij tot ze beiden de geur van verbrand haar roken. Het was warm maar niet te heet, haartjes waren geschroeid maar haar huid was intact.
Nog steeds keek ze hem aan, wanhopig, tranen liepen over haar wangen en hij zag haar lichaam trillen. Ze zei geen rood maar hij wel.

Snel legde hij zijn sigaret weg en maakte hij haar los van het kruis.
Trillend, huilend viel ze op haar knieen op de vloer, bang dat ze hem beschaamd had en niet sterk genoeg was geweest. Ze voelde de vernedering in elke porie van haar lichaam, door haar had hij rood gezegd.
Zijn armen vonden haar schouders, ze voelde dat hij bij haar op de grond ging zitten maar kon nog geen woord uitbrengen. Alle pijn van de afgelopen jaren leek in deze huilbui eruit te komen. Ze wist dat ze er nu niet uitzag, mascara, tranen en snot overal terwijl ze rillend op de vloer zat. Toen hij sprak durfde ze hem niet aan te kijken, haar armen had ze om zichzelf heen geslagen terwijl ze zacht wiegend probeerde op te houden met huilen.
Hij was trots op haar, ze had het goed gedaan hoorde ze hem zeggen.
Hoofdschuddend wiegde ze door, hij liet haar begaan maar bleef herhalen dat hij trots op haar was.

Toen de tranen eindelijk op leken dwong hij haar hem aan te kijken. Teder veegde hij de tranen onder haar ogen vandaan voordat hij nogmaals bevestigde dat hij trots op haar was.
Nog lang na die tijd hadden ze het over het spel en de impact die het had gehad.
Het was gevaarlijk en eng geweest, maar ergens ook mooi. Hij had rood geroepen omdat hij zijn meisje niet nog meer kon zien lijden, een gevoel dat hij zelden had bij een spel.
Hij had rood geroepen omdat de pijn die ze voelde op dat moment niet langer van hem afkomstig was maar van de demonen uit haar verleden. Hij speelde met haar, niet met geesten uit het verleden.

Ze had het goed gedaan maar of ze het beiden nog een keer zouden doen dat wisten ze allebei nog niet.
Ze had geen rood geroepen, ze was niet bang voor hem geworden.. Ze had gelijk.
De paniek die ze had gevoeld was veroorzaakt door haar angst op haar eigen reactie, haar angst om hem teleur te stellen. Hem tevreden stellen zat zo diep genesteld dat ze daar zelfs haar eigen demonen voor zou uitnodigen als het nodig was.

Ze was van hem, en hij van haar.

Be the first to comment

Leave a Reply

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.