zusje en ik op het strand deel 1 (fantasieverhaal)

Het voelt lekker om helemaal leeg te zijn. Het voelt schoon en al snel val ik in slaap in Meester zijn armen. Wanneer ik wakker word is het al laat. Ik schrik, we hadden toch plannen? Wat nu?
Ik rek me uit en zie dat Meester niet meer naast me ligt. Ik sta op en ga op zoek naar hem in de woonkamer.

Hij is aan de telefoon, aan het overleggen met iemand en hij heeft zich omgekleed. Hij is helemaal in het zwart gekleed. Hij moffelt iets weg en kijkt me aan en zegt: “Oh, rachab is wakker, ik ga haar aankleden en dan neem ik haar mee. We zien jullie zo.”
De blik in Meester zijn ogen bevalt me niets, maar windt me ook op. Hij is iets van plan, dat zie ik aan de sinistere blik in zijn ogen.

Hij zucht een keer diep, die zucht ken ik. Het is opwinding. Hij staat op en trekt zijn broek nog even goed. Die zwarte jeans staat hem goed. Wat kan ik opgewonden raken van dit soort kleine details. Ik neem hem in mij op van top tot teen en wacht gespannen af, wat hij nu weer met mij van plan is.
“Dáár op de stoel” zegt Meester knikkend, naar een stapeltje kleding.
“Doe aan en snel een beetje” is zijn bevel.
“Maar, hoe laat is het wel niet?” vraag ik me af.
“Niet tegensputteren, het is laat, dat is de bedoeling” zegt Hij zacht.

Ik kijk naar de kleding op de stoel en trek het gehoorzaam aan. Het heeft niet veel om het lijf. Een paar kousen, een gordeltje, een bh-tje zonder cups en een licht zomerjurkje waar alles net onder valt. Een brede riem maakt het af. Ik kam mijn haren en doe mijn make-up, terwijl Meester nerveus op de deurpost staat te tikken.
“Kom je nog?” vraagt Hij
“Ja, Meester, ik ben bijna klaar” zeg ik rustig.
Als ik klaar ben, schuif ik snel de pumps aan die hij klaargelegd had en volg hem naar de auto. Meester heeft een lange zwarte jas over zijn zwarte kleding aangetrokken. Het staat hem zo goed, dat ik al opgewonden raak.
Wanneer ik naast hem in de auto stap echter, voel ik spanning bij mezelf opkomen. Ik slik een brok weg van zenuwen. Ik vertrouw hem wel, maar ik ben ook bang voor wat me te wachten staat.
Meester is eigenlijk nooit nerveus en nu wel. Dus wat zou hij toch van plan zijn?

Meester rijdt richting het strand en parkeert daar zijn auto en even later lopen we over de boulevard. “tik, tak, tik, tak”, is het geluid van mijn hakken op de stenen. Het zomerjurkje is kort en danst speels om mijn billen heen, ik denk dat iemand mijn blote billen zo zou kunnen zien, maar gelukkig is het stil op de boulevard, verlaten.
Dan zie ik in de verte een koppeltje staan. Wanneer we dichterbij komen zie ik dat het Leo is en annadel.
“annadel!!!” roep ik blij uit en vlieg om haar nek, wat ben ik blij om haar te zien.
“He rachab.” zegt annadel en ik merk dat ze haar zenuwen niet de baas is en wegduikt in mijn knuffel, alsof ze bescherming zoekt.
Het maakt mijn gemoedstoestand er niet beter op. Weer slik ik een brok weg in mijn keel. Wat gaan ze doen? Gaan ze me vermoorden en dumpen in de oceaan of zoiets? Meester houdt toch nog wel van me? Hij is me toch niet al zat? Het bevalt me allemaal niets. Snel corrigeer ik mezelf en zet de rem op mijn ontspoorde gedachtes. ‘Doe niet zo gek, natuurlijk niet’ bedenk ik me en ik bijt een keer op mijn lippen en trek mijn jurkje recht, haal nog een keer diep adem en vraag hoe het met ze gaat.
“Wat is de bedoeling?” pols ik voorzichtig, nadat ik een standaard “goed” als antwoord kreeg.
“Strandwandelingetje maken.” grijnst Leo
“Strandwandeling bij volle maan, romantisch!” zegt Meester met een sinistere grijns.
Ik kijk naar de lucht en zie inderdaad een mooie volle maan het strand verlichten. Dat was me nog niet eens opgevallen.
Wat is het hier eigenlijk mooi. De golven klotsen zachtjes over het strand. Het is nu zo stil hier, dat je de zee goed kunt horen. De maneschijn verlicht het water onevenredig. Ik laat me meeslepen door deze schitterende ambiance en geniet van het intens gelukkige gevoel dat dit me geeft.
“Wauw, ja Meester inderdaad.” zeg ik verheugd en alle spanning glijdt spontaan van me af.
Ik lach en kijk Meester aan met een naïeve en verliefde blik, mijn ogen glinsteren, de volle maan weerspiegeld in mijn verwijde zwarte pupillen.
“Haha” lacht Meester en gebiedt om mijn schoenen uit te trekken en het strand op te lopen, samen met annadel.
“En jullie dan?” vraag ik
“Wij komen vanzelf en dames onthoudt, wat er ook gebeurt, we zijn er, ook als je ons even niet ziet.”
annadel zucht diep en haalt haar schouders op: “Kom sis, we gaan ervoor.”
“Ja, er zit weinig anders op” zeg ik, terwijl ik Meester verlangend nakijk, tot Hij verdwijnt in het duister van de nacht.
We lopen de richting uit die de Meesters aangewezen hadden.
Er is niemand op het strand. Leeg en verlaten en donker. We hebben alleen het maanlicht, die ons net aan laat zien waar we lopen. Veel meer zien we niet.
“Waarom ben je bang?” vraag ik aan annadel
“Hoezo bang?” vraagt annadel
“Ik voelde je spanning net, toen je me omhelsde” leg ik uit
“Oh dat, ja, dat klopt. Ik vind dit eng. Alleen in het donker lopen op het strand.” zegt annadel
“Oh wist jij dat dan al?” vraag ik
“Nee, maar ik was er bang voor. Was blij dat je aankwam, want we stonden er al even en was bang dat ik toch alleen moest.” zegt annadel.
“Oh de flikkers he! Die denken alles zo uit van tevoren. Dat doen ze expres he? Dat wéten ze gewoon of niet?” vraag ik lachend.
“Sssssssssssttt, noem ze nu geen ‘flikkers’! Niet nu! Niet ooit, maar zeker niet nu! Ze kunnen overal zijn, achter ons lopen, ze kunnen een zendertje in onze jurkjes genaaid hebben. Alles horen, ze zijn niet achterlijk en dan krijgen we er nog meer van langs.” sist annadel me toe en vervolgt, “maar inderdaad ja, dat weten ze en ja ze plannen het, stap voor stap. Dat zitten ze samen uit te vogelen als ze samen ‘zaken’ moeten doen of ‘boodschappen’.” annadel kijkt serieus bang.
“Maar annadel, je wilt het toch wel he? of niet?” ineens maak ik me zorgen om annadel, of dit niet over haar grenzen gaat.
“rachab, lieverd, dat weet ik zelf soms niet eens, maar er is geen haar op mijn hoofd die eraan denkt om hem te verlaten.” zegt annadel.
“Waarom niet?” vraag ik
“rachab, je stelt echt scherpe vragen die ze tegen je gaan gebruiken dat snap je toch wel?” zegt annadel
“annadel, het interesseert me niet. Als je niet vrijwillig bij Leo bent dan moet je me dat vertellen. Het maakt me niet uit wat voor straf ik krijg.” zeg ik volhardend.
“Zou je me geloven, als ik nu zei dat ik vrijwillig bij Leo ben? Wetend dat ze waarschijnlijk alles horen?” vraagt annadel
“Nee, inderdaad, eigenlijk niet” zeg ik
“Waarom twijfel je eigenlijk?” vraagt annadel
“Gewoon, je lijkt soms zo bang van hem. Dan maak ik me zorgen om je” geef ik eerlijk toe.
“En jij huilt veel rachab. Dan kan ik me ook zorgen maken om het feit dat je huilt en dus niet gelukkig lijkt.” knipoogt annadel. Ze laat me stilstaan op het strand en gaat recht voor me staan en kijkt me diep in mijn ogen aan en zegt:
“Já ik ben bang van Leo, soms echt heel erg bang.” teder legt ze haar handen op mijn wangen en kust me en fluistert dan heel zachtjes in mijn oren
“maar ook veilig en ik zou hem niet willen missen, voor niks in de wereld.” Ze kijkt me weer aan en zegt: “Geloof je me nu? En weet wel wat je op je hals gehaald hebt. Ze zullen dit echt niet kunnen waarderen, maar ik vind het zo lief dat je het voor me over hebt. Je geeft echt om me he?” zegt annadel, terwijl ze een traantje wegpinkt uit haar ooghoeken om te voorkomen dat haar mascara uitloopt.
“Ja, natuurlijk geef ik om je. Ik geef heel veel om je zelfs. Ik ben gerustgesteld, nu ik weet dat dit precies is waarom je van Leo houdt. Het is inderdaad ook precies waarom ik van Silbi houd.”
Ik doe mijn armen om haar heen en dan zoenen we elkaar lang en innig in het volle maanlicht.

Tot er, uit het niets, ineens een paar mannen om ons heen staan. In het zwart gekleed, met bivakmutsen op.
We weten niet precies hoeveel mannen het zijn, maar het zijn er veel en ik herken mijn Meester niet.

Be the first to comment

Leave a Reply

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.