Meester en ik in het appartement (deel 4) fantasieverhaal

Mijn make-up is nu toch doorgelopen en de mascarasporen zijn zichtbaar op mijn wangen.
Meester veegt met zijn duim langs mijn oog.
“Wat zie je er weer uit. Ongelofelijk. Wat kan jij veel huilen zeg, stopt dat ergens, ooit?” vraagt Meester met een hongerige blik in zijn ogen.
Ik huilde altijd al veel, als klein kind ook al. Als ze ‘boe’ riepen dan huilde ik. Vaak probeerde ik het wel tegen te houden, maar altijd zag iemand wel weer de tranen op mijn netvlies branden en als ze dan bezorgd vroegen wat er was, kon ik het helemaal niet meer tegenhouden. Dan kon ik wel door de grond zakken van schaamte. Wat had ik er een hekel aan. Wat had ik er een ongelofelijke hekel aan dat ik altijd maar huilde, om van alles en nog wat.
Vooral op latere leeftijd nog, wanneer ik de hele dag erna nog met dikke ogen rond kon lopen van het huilen. Gelukkig werd het wel wat minder, maar ik maakte ook nog eens veel nare dingen mee. Dus ik heb wat afgehuild in mijn leven en nog steeds huil ik veel en makkelijk. Ik kan ook prima op commando huilen. Geen enkel probleem.
Nu schaam ik me er niet meer voor, mijn Meester heeft een fetish voor tranen, ‘dacryphilia’ heet het. Hier mag ik trots zijn op mijn tranen. Meester krijgt er een harde van. Een flinke harde, Meester kijkt altijd gulzig naar mijn tranen, behandelt ze alsof het diamantjes zijn.
Het voelt zo speciaal, om die diamantjes voor hem te huilen.
Hier hoef ik het niet tegen te houden. Hier hoef ik me niet groot te houden. Hier mag ik klein zijn, hier mag ik mezelf zijn. Hier word ik niet uitgelachen om het feit dat ik veel huil, hier word ik niet gepest, omdat ik veel huil, hier worden mijn tranen gewaardeerd.
Ze worden hier zo gewaardeerd, omdat Meester weet dat mijn tranen voor Hem zijn.

Vaak raakt Hij ze aan, speelt ermee met zijn wijsvinger. Hij haalt die dan langs mijn oog en veegt ze langs mijn lippen of de zijne. Hij houdt van de sippe en trieste blik op mijn gezicht. “Zo zie ik je het liefste” zegt Hij dan. “Wat ben je toch ongelofelijk mooi als je huilt, rachab.”
Maar geen één keer is hij onrechtvaardig in zijn pogingen om me aan het huilen te krijgen. Dat is ook niet nodig. Dat weet Hij ook. Het is zo makkelijk, Hij kan het op heel speelse manieren doen.

Lachend, door mijn nagesnik nog heen schud ik “Nee, dat denk ik niet Meester.”
“Móói, houden zo. Ik hou ervan” zegt Meester.
“ik houd ook van U, Meester” zeg ik terug.
“Fatsoeneer jezelf, we moeten weg” zegt Meester

Al snel heb ik mijn make-up bijgewerkt en spring ik weer naast Meester in de auto. We gaan nog naar de stad. Meester heeft nieuwe kleding nodig voor zichzelf en voor mij. Hij zoekt alles rustig voor mij uit en ik mag het passen en dan beslist hij of het gekocht wordt of niet.
Ik ben benieuwd wat Meester voor me uitzoekt. Geen twijfels over of Hij het wel mooi zal vinden, of Hij het wel goed genoeg zal vinden. Hij zoekt het zelf uit immers, ik hoef maar te volgen en zijn smaak is ongelofelijk goed. Mijn Meester heeft stijl en klasse en brengt dat op mij over, op een manier welke ik zelf nooit kon. Ik voel me zelfverzekerder dan ooit. Ik voel me meer mezelf dan ooit. Het voelt alsof ik altijd overleefd heb in een wereld waar ik me niet thuis voelde, niet thuishoorde en niet mezelf kon zijn. Niet mezelf kon zijn zonder mishandeld te worden en daarom overlevingstactieken had aangeleerd, die me leerden om mijzelf te verbergen, uit bescherming. Wat is het fijn om dat los te mogen laten. Wat is het fijn om een keer gewaardeerd te mogen worden om wie ik ben. Wat houd ik veel van deze man. Dit is echt mijn Man, denk ik steeds weer. Dit is echt mijn Man. Ja, dit is echt mijn Man. Er is er maar 1 van.

We lunchen in een cafeetje, in het midden van de stad. Om ons heen is het een drukte van jewelste. Mensen die gejaagd even een boodschapje halen in hun pauze en vooral geen tijd willen of kunnen verspillen. Niemand die oog voor elkaar heeft, niemand die rekening met elkaar houdt. Iedereen die leeft voor zichzelf. Wat ben ik blij dat ik nu even uit die wereld ben en met mijn Meester hier zit. Meester laat me alleen naar het toilet gaan en als ik terugkom staat hij buiten te bellen. Ik neem weer plaats aan het tafeltje, maar Meester heeft blijkbaar haast om weg te komen. Dus pak ik mijn jas en volg hem naar de auto.
“Wat is er Meester?” vraag ik belangstellend.
“Niks, ik moet alleen even wat regelen. Leo zou het aanpakken, maar is het vergeten en ik heb dat heel hard nodig voor vanavond.” Zegt Meester
“Oh okay” ik besluit het verder te laten voor wat het is en Meester rijdt door de stad heen, naar een winkeltje in het slechtste gedeelte van de stad.
Wanneer Meester wegloopt, moet ik in de auto blijven wachten, doet de deuren op slot en maant me aan om onder geen voorwaarde uit de auto te stappen, of de auto open te doen en mensen te negeren die langs lopen. Het is hier niet ons veilige Nederland, dus een beetje bang ben ik wel zonder Meester. Wat moet Hij hier? Wat is er zo belangrijk dat het niet kan wachten en waarom heeft Hij het vanavond nog nodig?

Een paar ongure types lopen langs, ik hoop dat ik ze niet opval en kijk strak voor me uit. Wanneer ze de auto naderen, doe ik of ik wat zoek, zodat het niet opvalt dat ik ze bewust negeer. Het voelt niet goed en het maakt me bang, maar ik weet ook dat Meester vast weer zo terugkomt. Waarom mocht ik niet mee? vraag ik me weer af. Waarom zit ik hier alleen? Dan stoppen ze ook nog vlakbij de auto. Mijn hart bonst in mijn keel, waar is Meester nu? Waarom lopen ze niet door, waarom…. ? Meester komt dan net aanlopen en geeft de mannen een hand en praat kort met ze. Er wordt wat overhandigd over en weer en Meester gooit het in de achterbak en stapt dan weer in.
“Gaat het?” vraagt Meester
“Ja hoor, niks aan de hand.” zeg ik en ik vraag me nog steeds af wat er nu niet kon wachten. Wat er nu zo belangrijk was voor vanavond?
“je kijkt anders een beetje bezorgd rachab.” zegt Meester
“Ja, ik wist niet dat U die mannen kende en die bleven bij de auto staan en U was er niet.” geef ik dan schoorvoetend toe.
“Dus er was wel wat?” zegt Meester
“Nee hoor, het is toch allemaal goed gegaan? Dus er is uiteindelijk niks aan de hand” houd ik vol.
“Prima, dan laat ik het erbij. We gaan naar huis. Ik wil dat je rust voor vanavond.” Zegt Meester
Rusten voor vanavond? Dat belooft weer niet veel goeds voor mij. Dat is duidelijk.

Thuis aangekomen spreek ik annadel nog op de chat en vraag haar of zij weet wat de plannen zijn voor vanavond. Ze weet echter ook niet veel en adviseert om er niet te veel aandacht aan te schenken. Dat is het beste, want je weet toch nooit wat die twee van plan zijn en als je er wel veel aandacht aan geeft, dan vinden ze het alleen maar aanleiding om nog meer te bedenken om tegen je te gebruiken.
Ja, dat was me intussen wel bekend.
“Dus ik zie je vanavond wel?” vraag ik aan annadel
“Dat denk ik, rachab, maar zelfs dat weet ik niet zeker. Ik hoop het wel. Ik mis je hier in huis hoor. Het is fijn om een lotgenootje te hebben.” zegt annadel.
“Ja, dat is het zeker. Ik mis jou ook annadel.” zeg ik

Be the first to comment

Leave a Reply

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.