Engel

Het masker zakt. Het zakt van mijn ogen naar beneden en begint mijn neus te bedekken. De luchtgaatjes zitten nu ergens tussen mijn neus en mijn mond. Ik probeer steeds harder adem te halen maar de gladde stof zuigt zich vast in mijn neus. Ik raak in paniek. Ik voel mijn hart bonzen en de angst, de adrenaline raast door mijn maag en mijn buik. De stalen politiehandboeien op mijn rug snijden nu in mijn polsen terwijl ik wild probeer mijn handen er doorheen te wurmen. Mijn voeten zijn met ijzeren boeien aan een pijp geketend. Ik lig op mijn rug, ik breek mijn polsen bijna, ik rol wild over de grond, ik ben naakt, ik ben zo naakt.

Ik hoor voetstappen komen. Er gaat een deur, een luik, een raam, een venster open. Een koele luchtstroom, zuurstof. Ik voel hoe mijn masker wordt verwijderd. Maar er is geen licht. Mijn ogen zuigen alleen duisternis op. En weer voel ik die hand. Die hand die steeds mijn hoofd hard op grond drukt, die mijn gezicht openhaalt aan het ruwe cement. Ademhaling van een ander. Zwaar.

Hoe ik hier ben gekomen weet ik alleen nog in scherven te herinneren en te vertellen. Scherven van een glas-in-lood raam. Ik lig op een bed van scherven en bloed, ik voel warm vocht langs mijn huid druipen. Het wordt tintelig en licht in mijn hoofd. Ik word vastgegrepen en een hard voorwerp wordt in mijn anus gedrukt. Er is eerst de natuurlijke weerstand van de kringspier maar uiteindelijk… Ik weet niet wat precies, maar…. het harde voorwerp dwingt mij steeds meer om mijn kont omhoog te houden. Het wordt zo sterk dat ik op een bepaald moment met mijn gezicht op de grond lig en mijn kont omhoog. Is het een anale haak? Mijn handen blijven geboeid op mijn rug, mijn enkels zijn nog steeds aan de pijp geklonken.

Het licht gaat aan en ik zie alleen mijn eigen blindheid. Ik zie in een flits drie, vier uniformen, ik hoor vrouwenstemmen. Ik ben verblind, ik zie hun gezichten niet. Stemmen achter mij. Mijn kont in de haak omhoog, mijn bloedende lichaam half overeind, gezicht op de grond. Ik krijg een schop achterom, hard op de ballen. Ik hoor een vrouw lachen.  Er is een camera. Er is drank. Er wordt gerookt. Ik krijg nog een schop op de ballen. Ik moet kotsen van de pijn. De groep wordt steeds vrolijker. Er wordt Duits gesproken. Het beeld van een betonnen bunker verwaait. De pijn blijft.

Nu ben ik alleen in een betegelde witte ruimte, de vloer bestaat uit grote, zwarte en witte, marmeren tegels. Ik hoor mijn eigen ademhaling, oorverdovend. Links staat een kruis en rechts staat een vrouw met een zwaard aan een gordel om de heup. Achter haar een glas-in-lood raam. Mijn naam staat op het raam geschreven in Gotische letters. Een glimp van de hemel aan de poorten van de hel. Het beeld vervaagt.

Ik ben alleen. Ik zit vast met mijn eigen politiehandboeien. Mijn enkels aan de verwarmingspijp geketend, op mijn eigen zolder. Hoe kom ik hier? Waar zijn de vrouwen gebleven? Ik ben nog nooit zo bang geweest. In mij groeit een verschrikkelijke schreeuw. De schreeuw streelt mijn stem als de zweep die zachtjes over mijn rug aait voor de eerste slag. Ik ben veroordeeld. Ik ben verloren. Ik ben verkocht. Ik schreeuw uit alle macht om hulp. Maar het blijft stil, ik ben onhoorbaar. Het laatste dat ik nog weet is dat van het masker, het glas in lood en voetstappen op de trap. Het is Meesteres. Zij wiegt mij zachtjes in Haar armen. Zij is mij komen halen. Zij is mijn redding.

_luckyman_ is schrijver van het boek:


omslag-v02-4001

 

 

Be the first to comment

Leave a Reply

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*