Het Verwijsbriefje – Deel 6

Meesteres knikt. Ik ben nu aan de beurt. De Castratrix draait om mij heen. Het lijkt of zij mijn angst opsnuift, er geil, gek, opgewonden en bloeddorstig van wordt. Ik voel onderwerping en opwinding. Ik ben licht in het hoofd geworden, dronken en duizelig. Wat doet ze achter mij?  O, te laat! Ratelend klikken snel de boeien dicht. snel, efficiënt. Zo doet ze dat. Wat een vrouw…. hoe ze deint en uitdagend en genietend en verzonken in haar eigen wereld haar dodelijke heupen wiegt….

Zij maakt het hangslotje open en trekt langzaam het kooitje van mijn pik, Ze trilt van opwinding. Ze verwijdert voorzichtig de ring die achter mijn ballen zit en voor het eerst in tijden ben ik even vrij. Bijna ongemerkt raakt haar hand terloops een vrij stukje huid van de roze balzak. O die aanraking! Jaren zonder aanraking. Jaren opgesloten in een harde kooi! Eerst blijft mijn pik net zo klein als de kleine bedompte ruimte waar hij jaren in opgesloten heeft gezeten. Maar langzaam, heel langzaam komt het besef van gevoel terug in cellen, de drang om te groeien ontwaakt in het oude weefsel dat veel te lang in elkaar was geperst in een veel te kleine ruimte. Mijn pik is lui wakker geworden en rekt zich tergend langzaam uit. Geeuwend en zwalkend van de slaap, voeden de uitgehongerde zwellichaampjes zich gulzig met hun eerste maaltijd: mijn warme bloed. Ik voel een onstuitbare erectie opkomen.

De Castratrix staat nog steeds voor mij. Ze is roodharig, mooi en jong, ze lijkt zo onschuldig . Is dit de beul die mijn behandeling zal uitvoeren? Zij lijkt onder invloed, ademt zwaar, lijkt in een of andere roes. Haar adem verstikt mij, steekt mij aan, maakt me licht in mijn hoofd. Ik kom in een zelfde roes.

Zij drukt zich opdringerig tegen mij aan. Ik geniet van haar warmte. Zij ruikt naar bloemen. En naar zoet bloed. Haar nabijheid bedwelmt, verdooft me. Ik laat haar toe. Zij neemt mij over. Zachtjes, zachtjes, geleidelijk en voorzichtig streelt haar hand mijn ballen. Ze drukt ze licht omhoog. Ze weegt ze. Zo oordeelt ze over mij, zo schat zij in wat ik waard ben. Ze knijpt ze zachtjes samen, kneedt ze liefdevol, kijkt goedkeurend naar de blauwe aderen die aangeven dat ze leven. Ze wachten na al die jaren op een ontlading. Ik voel de gouden ringen aan haar vingers over mijn huid glijden. De zachte streling is gestopt. De onderzoekende bewegingen van haar vingers zijn verstrakt, gaan nog een of twee keer over hetzelfde stukje huid. “Hé, je hebt eelt op je ballen! Weet je wat dat betekent?” Ik geef geen antwoord. De vraag blijft hangen op het antwoord.

Ze zit nog in haar roes, ze is wild, gek, tot alles in staat. Dan zegt ze me: “Weet je wat? Sluit je ogen. Doe je ogen dicht. Wat er ook gebeurt, niet kijken. Vooral niet kijken”.

Ik gehoorzaam. Ze trekt een kap over mijn hoofd. Het is benauwd. Maar ik ben rustig. Ik wacht rustig, omdat mijn Meesteres dit allemaal zo wil. Zij pakt mijn ballen heel handig beet en trekt ze naar beneden. Ik voel hoe zij de huid van de balzak oprekt. Zij leidt mij zo achter zich aan. De Castratrix heeft mij kalm en zonder geweld aan mijn ballen met zich meegetrokken. Zij heeft een heel natuurlijke, ontspannen manier om ballen te pakken. Zij weet hoe ze een man rustig houdt door zijn ballen op een bepaalde manier tussen de vingers te houden. Ik volg haar dan ook zonder verzet, ik voel de koude tegels onder mijn blote voeten. Daarna sta ik stil op warm tapijt. We zijn dus blijkbaar  naar een ander vertrek gelopen. En ik ben al helemaal hard. Ik voel de kracht in de schacht, ik voel mijn ballen draaien in mijn zak. Ik voel het voorvocht zachtjes kruipen en kriebelen. Er kroelt iets in mijn pisbuis. Ik ben trots op mijn kracht. Ik voel me een man. Ik waan me sterk. Ik wil neuken. Met mijn priemende erectie sta ik geblinddoekt rechtop. Ik denk dat er meerdere vrouwen zijn. Ik hoor gedempte stemmen, door de kap over mijn hoofd klinkt alles bedompt.

“Nee, niet te geloven.”

“Kijk nou”

“Wat een raar dun piemeltje.”

“Hij wijst ook nog krom naar boven.”

“Echt zielig.”

“Het lijkt wel een hondelulletje.”

“Wat een stom paars dopje staat erop, is dat een kurk of zo?”

“Een asperge met een minipaprikaatje als hoedje”

“Jakkes, echt een slavenpiemeltje”

“Waar zitten zijn balletjes, ik zie ze niet”

“Ach, het kereltje is geil, jammer dan, hahaha”.

“Laat hem lekker zo rondlopen, die balletjes mag hij houden hahaha”

“Ja, daar kan hij toch niets mee”

“Ziet er wel een beetje vies uit zo, bah”.

De vrouwen proesten het uit. Ik had het kunnen weten. Niets wekt meer medelijden en lachlust op dan een geboeide, geile slaaf. De vrouwen kijken hoofdschuddend naar mijn erectie. Het rare dunne piemeltje dat licht naar boven gekromd is als van een dier, een hondje. En daarbovenop het paarse topje met dat ene druppeltje helder voorvocht. De geilheid van een onderdanige. Een erectie die de lachlust opwekt. Geen enkele vrouw zal zich ooit nog door mijn nietige slavenapparaatje laten penetreren. Of het zou een slavin moeten zijn die in opdracht van haar Meester heel diep vernederd moet worden. Met tranen in de ogen en mijn machteloze gebalde vuisten in de stalen boeien gesloten onderga ik de diepste vernederingen. Vernederd door de vrouwen die ik bewonder. Verafgood. Vrouwen waarvan ik de warme schoot aanbid. Vrouwen met stemmen als Godinnen.

De Castratrix is er nog geiliger en roziger van geworden. Ze rijdt met haar gewelfde buik tegen mij aan. Maar mijn erectie is alweer ingezakt. Deze hele exercitie was een test. De behandeling is geslaagd. Niets is zo bevrijdend als vernedering. Periodieke vernedering zal me goed doen. Ik zie ergens wel uit naar de volgende sessie. Maar zover is het nog lang niet.

Eerst zal de Castratrix mij nog een speciaal, laatste kooitje aanmeten. Dat moet gebeuren tijdens de eerste ochtenderectie als de zon opkomt. Het wordt een speciaal moment want het betekent weliswaar dat zij mij niet gaat castreren; aan de andere kant zal dit mijn laatste kooitje zijn. Zij zal het vast solderen. Dat houdt dus in dat ik nooit meer seks zal hebben en tot mijn dood gekooid zal blijven. Mijn lust zal nooit doven, maar ook nooit bevredigd worden. Ik zal er zo elk moment aan herinnerd worden dat ik alleen mijn Meesteres moet dienen. Dat stond allemaal op het verwijsbriefje.

Mijn Meesteres heeft mij hiervoor bij de Castratrix achtergelaten. Ik ga de nacht in eenzaamheid geboeid doorbrengen op het bed in dezelfde behandelkamer waar zij vanmiddag nog een paar reutjes heeft gecastreerd. Vlak voor zonsopgang zal de Castratrix mij wakker maken.

Meesteres en de vrouwen nemen hun gecastreerde hondjes mee en nemen afscheid van de Castratrix. Die sluit de deur. Daarna loopt ze naar de spiegel en kijkt naar zichzelf. Ze haalt een borst uit haar blouse. Gewoon, omdat zij dat fijn vindt. Ze kneedt haar borst zoals ze mijn ballen kneedde, alleen zijn haar borsten natuurlijke vele malen groter. Zij heeft er allebei haar handen voor nodig. Het bevalt haar wel, wat zij in de spiegel ziet. Hierna loopt ze naar een klein kastje en haalt er een fles Wodka uit. Ze trekt een stoel bij en gaat voor mij zitten. Ze schenkt een glas in en kijkt mij aan. Ik kijk in haar oranjebruine ogen. Ik zie niet wat zij denkt. Ik heb geen grip op haar. Zij drinkt haar glas zwijgend leeg. Ik zie hoe zij verandert. De angst komt weer terug. Wat mij te wachten staat, is niet op het verwijsbriefje vermeld.

_ EINDE _

©2015 _luckyman_

www.luckymanbooks.nl

 

 

 

1 Reactie op Het Verwijsbriefje – Deel 6

Leave a Reply

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*